Inrichting van het onderwijs Terra Nigra
Direct naar
Office365 Somtoday

Inrichting van het onderwijs

Terra Nigra bestaat uit 3 fases.

Fase 1 (leerjaar 1)

In fase 1 stromen de leerlingen in vanuit de SBO scholen en groep 8 basisonderwijs.

Deze fase is gericht op het leggen van een basis met betrekking tot alle theorie- en praktijkvakken en duurt één jaar. De leerling kan zo kennis maken met de verschillende praktijkvakken en zijn voorkeur, passie en talent ontdekken. Naast de theorie- en praktijkvakken geven we vanaf de start ook invulling aan vrijetijdsbesteding, goed burgerschap en LOB (loopbaanoriëntatie en –begeleiding). Mentoren zetten in deze fase tevens actief in op groepsvorming.

Fase 2 (leerjaar 2 en leerjaar 3)

Wanneer een leerling fase 1 heeft doorlopen stroomt hij door naar fase 2. Fase 2 is gericht op het uitbreiden van de basisvaardigheden, bewust worden van de talenten en het krijgen van een voorkeur voor een of meerdere praktijkvakken.

In principe blijft een leerling gedurende twee jaar in fase 2. In fase 2 zijn leerlingen van verschillende leeftijden gecombineerd. De leerlingen volgen alle theorievakken. Voor wat betreft de praktijkvakken maakt de leerling per periode (2 periodes per schooljaar) een keuze uit 2 modulevakken, de opties zijn: horeca, handel, verzorging mens, verzorging uiterlijk, groen, hout en metaal. LOB is ook een belangrijke component van fase 2, nu ligt het accent op oriënteren en uitproberen. Bij de vakken groen en techniek kunnen leerlingen de training SWB (Start Werk & Blijf veilig) volgen. Bij horeca, verzorging uiterlijk en handel is er de mogelijkheid om een (branche)certificaat te behalen.

Per periode heeft de leerling twee keer het vak vrije tijd. Leerlingen kunnen daarbij kiezen uit de volgende mogelijkheden: sport, muziek, creatief, textiel, countryline dance, EHBO, Engels, koken, schaken/dammen en verkeer. Op deze manier kunnen de leerlingen zich verder ontwikkelen in de richting waar hun voorkeur, talent of passie ligt. Deze keuzes worden begeleid door de mentor en besproken met de ouder(s).

In fase 2 staat ook het vak wonen op het rooster. Hier leren leerlingen vaardigheden zoals: huishouden, levensonderhoud, vervangen van materialen et cetera.

In fase 2 start de interne stage. De leerlingen gaan dan voor het eerst écht stage lopen, binnen een beschermde omgeving, namelijk onze school. Leerlingen gaan gedurende één week, elke dag stage lopen. Ze werken met werkkaarten waarop de instructies van de taken staan omschreven en ze worden daarbij aangestuurd door een collega op de werkvloer. Na het afsluiten van de interne stage met een voldoende stroomt de leerling door naar de beroepsoriënterende stage. De leerling gaat gedurende twee aaneengesloten weken stage lopen bij een extern bedrijf. De stage is gericht op het ‘snuffelen’ en ‘proeven’ bij een echte werkplek en is veelal maatschappelijk georiënteerd. De leerling mag hierbij zelf zijn voorkeur voor een sector aangeven. Op de werkplek is voldoende (individuele) begeleiding om de leerling wegwijs te maken in de sector en in het bedrijf. De leerling maakt een volgende stap in het aanleren en laten zien van werknemersvaardigheden.

Eind fase 2 maakt de leerling een keuze voor één praktijkvak. Deze keuze bepaalt de richting van de feitelijke uitstroom. Een leerling kan dan kiezen uit:

- Horeca

- Handel

- Verzorging mens

- Verzorging Uiterlijk

- Groen

- Hout

- Metaal

Wanneer een leerling fase 2 heeft afgesloten stroomt hij door naar fase 3. Deze fase is gericht op toeleiden naar werk of een vervolgopleiding.

Afhankelijk van het uitstroomprofiel van de leerling is fase 3 opgesplitst in de route scholing of arbeid. Beide routes worden nu toegelicht. 

Fase 3 (leerjaar 4 en leerjaar 5): VOORdeel arbeid

Tijdens het eerste jaar van de derde fase (leerjaar 4) kan een leerling voor twee dagen in de week naar een LeerWerkPlek. Dit is het geval wanneer een leerling de werknemersvaardigheden nog niet in voldoende mate beheerst. Binnen de LeerWerkPlek wordt de leerling, in een beschutte werkplek, werknemersvaardigheden aangeleerd en is er ruimte voor intensievere (individuele) begeleiding.

Wanneer een leerling ‘werkfit’ is en aan de werknemersvaardigheden voldoet, kan hij/zij doorstromen naar het vrije bedrijf. Hierbij proberen we rekening te houden met de niches op de markt, om ervoor te zorgen dat de leerling na uitstroom zo goed als mogelijk verzekerd is van een werkplek.

Tijdens de overige dagen volgt de leerling een lesprogramma op school. Leerlingen volgen theorievakken, waarbij sprake is van niveaudifferentiatie. Bij Nederlands en rekenen wordt toegewerkt naar streefniveau 1F.

Leerlingen kunnen bij verschillende praktijkvakken een (branche)certificaat behalen: bij hout, metaal, handel, groen en verzorging uiterlijk. Onze school heeft als doelstelling dat alle leerlingen uitstromen met minimaal 1 Boriscertificaat. Naast het gekozen praktijkvak volgt de leerling iedere periode het vak vrije tijd waarbij sprake is van diverse keuzemogelijkheden.

In het laatste leerjaar van fase 3, leerjaar 5, wordt de leerling bij een stagebedrijf met uitstroommogelijkheden geplaatst. Op deze manier kan de leerling tijdens zijn laatste stage laten zien wat hij/zij in huis heeft en wordt de kans op uitstroom met een baan vergroot.

Fase 3 (leerjaar 4 en leerjaar 5): VOORdeel scholing

Onze school biedt leerlingen de mogelijkheid om een 2-jarig traject te volgen dat voorbereidt op het entreeonderwijs, niveau 1. Dit traject noemen wij VOORdeel Scholing.

Binnen VOORdeel Scholing is het leren functioneren binnen een organisatie en ervaring opdoen binnen een bepaalde sector/richting het allerbelangrijkste. De leerling wordt voorbereid om te gaan werken en/of om, indien mogelijk, door te stromen naar een Entree-opleiding binnen het ROC (VISTA of Citaverde College). 

De VOORdeel Scholing groep wordt begeleid door één vaste mentor, die zoveel mogelijk theorievakken geeft. Bij Nederlands en rekenen wordt gestreefd naar referentieniveau 2F. De praktijkvakken worden gegeven door onze vakleerkrachten.

Binnen de scholingsroute lopen leerlingen van begin af aan stage in een bedrijf naar keuze – mits de leerling de werknemersvaardigheden in voldoende mate beheerst – rekening houdend met de sector waarin de leerling verder wil leren.

Voor stage (2 dagen per week) is er een vaste stagebegeleider op school. Omdat leerlingen Boris certificaten kunnen behalen wordt bij voorkeur stage gelopen in een erkend leerbedrijf.

Om dit traject te kunnen volgen moet de leerling voldoen aan bepaalde voorwaarden:

- In fase 3 moet de leerling 16 jaar zijn of worden.

- Het IQ van de leerling moet minimaal 70 zijn.

- De DLE’s van de leerling moet 25 of hoger zijn (rekenen, begrijpend lezen, spelling en technisch lezen) .

- De interne stage en de beroepsoriënterende stage in fase 2 moet met een positieve beoordeling zijn afgerond.

- De leerling komt op tijd op school en heeft zijn spullen op orde.

- De leerling laat positief gedrag zien, is gemotiveerd en heeft een goede werkhouding in de lessen en binnen
  school.

- De leerling heeft zijn huiswerk op tijd af.

- De leerling is gemotiveerd om theoretische kennis op te doen.

- De leerling heeft een aanwezigheid van meer dan 95%.

- De leerling heeft steun van ouder(s)/verzorger(s) om de scholingsroute te volgen.

Als afsluiting van het VOORdeel Scholing traject is er een Proeve van Bekwaamheid die wordt afgenomen door externe assessoren.

Bij elke fase is de mentor de spil, dat wil zeggen het aanspreekpunt voor leerlingen, ouders en externe instanties. Elke dag start de groep met een PMU (Pick Me Up) moment. Tijdens dit moment worden de dagelijkse zaken besproken en worden eventuele problemen aangekaart en besproken. Daarnaast wordt tijd besteed aan technisch lezen. In elk lokaal is een ruime keuze aan boeken en tijdschriften voor de leerlingen.

Om het praktijkonderwijs succesvol te kunnen afsluiten wordt gelet op aanwezigheid en prestaties op school en stageplek. Ook tellen de beoordelingen van leerkrachten, (stage)begeleiders van school en bedrijf mee. Resultaten worden vastgelegd in een portfolio en leerlingvolgsysteem. Er zijn regelmatig gesprekken met de leerling om te volgen wat hij/zij al kan, waar hij goed in is en wat er nog nodig is om beter te worden.

Alvorens de leerling de school verlaat om uit te stromen richten werk of vervolgopleiding, presenteert de leerling zijn portfolio aan de examencommissie.

Aan dit portfolio werkt de leerling vanaf fase 1 tot en met fase 3.

Deel deze pagina op: